“Lichte toename van groenteareaal”

Leen Jolling, adviseur Tuinbouw van Boerenbond

Leen Jolling, adviseur Tuinbouw van Boerenbond

Mensen eten meer groenten en fruit, wat vanzelfsprekend goed nieuws is voor de land- en tuinbouwsector. Daar tegenover staat dat het aantal tuinbouwbedrijven dat zich op deze branche toelegt, daalt. Toch ziet Leen Jolling, adviseur Tuinbouw van Boerenbond, de toekomst positief tegemoet. “Naarmate de generaties opschuiven, zullen groenten en fruit nog meer aan belang winnen.”

WELKE ROL SPEELT DE BOERENBOND IN DE GROENTEN- EN FRUITMARKT?
Jolling: “Als grootste Vlaamse land- en tuinbouworganisatie, staan we in voor zowel belangenbehartiging, vorming en opleiding als dienstverlening. Zowel op regionaal, federaal als Europees niveau komen we op voor onze land- en tuinbouw. In tegenstelling tot de veilingen, waar het commerciële aspect voorop staat, houden wij ons vooral bezig met algemene dossiers. Goede voorbeelden daarvan zijn het stimuleren van een bedrijfseconomische boekhouding, energie, tewerkstelling, de plaats van de tuinder in de integrale agrovoedingsketen en het overleg met de overheid.”

DE BEHOEFTEN IN DE MARKT VERANDEREN VOORTDUREND. HOE GOED SLAAGT DE TUINBOUWSECTOR ERIN OM DAAR GEVAT OP IN TE SPELEN?
Jolling: “Die opdracht is niet zo eenvoudig. We moeten voortdurend nadenken over welke kleuren, variëteiten, smaken en hardheid de consument over pakweg vijf jaar zal willen, maar dat is niet evident met fruitbomen die makkelijk 20 à 25 jaar in de grond staan. Dat is ook zo voor groenten, waar we zien dat de bedrijven zeer gespecialiseerd zijn, waardoor een snelle omschakeling niet zomaar mogelijk is. Een tomatenserre is heel anders uitgerust dan een komkommerserre. Ook met de aparte eisen van alle supermarktenseignes trachten onze landbouwers en tuinders zo goed mogelijk rekening te houden. Op dat vlak is de mentaliteit bij onze leden toch wel gewijzigd: waar de consument vroeger at wat de sector produceerde, zit de eindgebruiker nu zelf in de ‘driver’s seat’.”

HOE IS DE SECTOR DE VOORBIJE TIEN JAAR GEËVOLUEERD?
Jolling: “Vooral de opkomst van de ‘specialties’ springt in het oog. In vergelijking met een decennium geleden, zijn er erg veel variëteiten bijgekomen, onder meer in de tomaten, de salades, de appels,… Ook nieuwe producten kennen een opmars. Daardoor heeft de consument een rijkelijke keuze. Dat heeft ook te maken met een verandering in de attitude van de mensen: waar zij vroeger de groenten op hun bord kozen in functie van het vlees, is het nu vaak net andersom. Dat heeft geleid tot een toename van het areaal, zowel voor vollegrondgroenten als voor peren en aardbeien. De productie van de zogenaamde ‘glasgroenten’ blijft dan weer vrij stabiel. Het appelareaal neemt af, maar de verscheidenheid aan variëteiten neemt toe.”

ETEN WE MET Z’N ALLEN AL VOLDOENDE GROENTEN EN FRUIT?
Jolling: “Dat is nog niet het geval, maar we doen het wel al beter. De Hoge Gezondheidsraad adviseert een dagelijkse consumptie van 300 g groenten en 250 g fruit. Momenteel halen we gemiddeld respectievelijk 145 g en 110 g. Een verdere toename is zeker nog mogelijk. Ik verwacht vooral veel van de jongere generaties, die daar vrij bewust mee bezig zijn. Naarmate de jaren verstrijken, zullen groenten en fruit nog meer op de voorgrond komen.”

IN HOEVERRE GEEFT DE BOERENBOND DE CONSUMENT DAARBIJ EEN DUWTJE IN DE RUG?
Jolling: “Als onderdeel van de VLAM (Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing), waar we samen met de overheid en de veilingen deel van uitmaken, promoten we bij de eindgebruiker de consumptie van lokale, Belgische groenten en fruit. We zouden daar best nog wat chauvinistischer in mogen worden, zoals Groot-Brittannië en Frankrijk dat nu al zijn. Gelukkig blijft het bewustzijn bij de consument daarover groeien.”

TOT SLOT: HOE BELANGRIJK IS DE ONDERTEKENING VAN HET ‘PLAN VOOR EERLIJKE CONCURRENTIE IN GROENE SECTOREN’?
Jolling: “Omdat er heel wat arbeidspieken zijn in de tuinbouw – denk aan de periode van de fruitpluk – doet de sector beroep op tijdelijke tewerkstelling, zoals seizoenarbeiders. Het plan heeft vooral te maken met de arbeidswetgeving en sociale fraude. We hebben een aantal zaken kunnen aankaarten waarvoor wij al lang vragende partij waren, zoals een teller in Dimona, het registratie-instrument van tijdelijke werknemers. In het plan zijn bepaalde essentiele knelpunten weggewerkt, om de complexe administratie voor de bedrijven te verminderen en te voorkomen dat er, vaak onbewust, bepaalde fouten gebeuren bij de registratie van werknemers. Een win-win-win voor de tuinders, hun werknemers en de overheid.”